Op 8 maart vierde de wereld Internationale Vrouwendag. Op die dag werd de balans inzake gendergelijkheid opgemaakt. Net als de afgelopen jaren organiseerde Vrouw & Maatschappij (V&M) in samenwerking met enkele CD&V politica een zogenaamde Cravattendag. De stropdas is het symbool van de oververtegenwoordiging van mannen aan de top van onze maatschappij. Dit jaar klaagde V&M de positie van de vrouw in de kunstensector aan. Maar gelukkig bestaan er ook uitzonderingen die de algemene regel bevestigen. De Kortrijkse Cathy de Zegher is zo iemand. Daarom werd ze gelauwerd omwille van haar grote verdiensten in de cultuursector en haar stilaan indrukwekkend palmares.

Catherine de Zegher is directeur van het Museum voor Schone Kunsten te Gent en lid van de Koninklijke Academie van België. In 2013 was ze de artistiek directeur van de vijfde Moskou Biënnale (Rusland) en ook de curator van het Australische paviljoen tijdens de 55e Biënnale van Venetië. In de jaren 2011-2012 was ze artistiek directeur van de 18e Biënnale van Sydney (Australië). In 2010 maakte ze in het Museum of Modern Art in New York de grootschalige overzichtstentoonstelling over tekenen in de twintigste eeuw: On Line. Drawing Through the Twentieth Century, die tot beste museumtentoonstelling en catalogus werd uitgeroepen.

Daarvoor was de Zegher nog directeur van tentoonstellingen en publicaties bij de Art Gallery of Ontario in Toronto (Canada), waar ze de herinstallatie van de collectie superviseerde, na de renovatie van het museumgebouw. Internationaal verwierf ze vooral faam als directeur van The Drawing Center in New York van 1999-2006. In 2001 maakte ze voor haar ogen de elf september aanslagen van op de eerste rij mee. Voor haar vertrek naar Noord-Amerika, tussen 1987 en 1998, was de Zegher nog actief in West-Vlaanderen, met name als directeur van Kunststichting Kanaal in Kortrijk, waar ze de baanbrekende tentoonstelling maakte Inside the Visible. In 1997 was ze ook curator van het Belgisch Paviljoen in Venetië. Van 1986-2004 was Catherine de Zegher lid van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen. Ze werkte voor de Provincie West-Vlaanderen van 1982 tot 1987 in de afdeling Kunstpatrimonium te Brugge. Daarvoor deed ze archeologisch onderzoek voor verschillende Belgische universiteiten. Ze studeerde kunstgeschiedenis en archeologie aan de Rijksuniversiteit te Gent.

De laatste jaren ontving ze diverse prijzen voor haar tentoonstellingen en boeken. In 2014 verscheen haar laatste boek met essays over hedendaagse vrouwelijke kunstenaars: Women’s Work Is Never Done.