De haven van Duinkerke heeft zopas zijn nieuwe LNG-terminal in gebruik genomen, zij het met één jaar vertraging. Aan het bouwwerk hangt een prijskaartje van 1 miljard euro. Het is op één na de grootste terminal in zijn soort van Europa. Zeebrugge heeft zoals bekend al veel langer een LNG-terminal. Zeebrugges voorman Joachim Coens ziet de komst van een concurrent aan de achterdeur niet meteen als een bedreiging. “De LNG-terminals van Duinkerke en Zeebrugge liggen geografisch inderdaad vlakbij maar beide terminals zijn veeleer complementair dan concurrenten”, aldus Coens. “Duinkerke snoept bij wijze van spreken geen LNG-trafiek af van Zeebrugge. Dat komt zowel door de eigenheden van de LNG-markt als door de grote bewegingen en nieuwe opportuniteiten op de aardgasmarkt. Eigen aan de LNG-business is dat de installaties bijzonder kapitaalintensief zijn en daarom worden ze alleen gebouwd op basis van langetermijncontracten voor het gebruik ervan. Zowel voor de terminal in Zeebrugge als in Duinkerke zijn zulke langetermijncontracten afgesloten. Terwijl de terminal in Duinkerke al in aanbouw was, zijn voor de LNG-terminal in Zeebrugge overigens bijkomende langetermijncontracten afgesloten: voor het lossen/laden van kleine LNG-schepen aan de tweede steiger die intussen operationeel is, en voor de overslag van LNG van ijsbreker/LNG-schepen naar gewone LNG-schepen, waarvoor momenteel een vijfde tank en bijkomende procesinstallaties in aanbouw zijn. Met die installaties zal de doorzetcapaciteit van de terminal overigens ruim verdubbelen van 6,5 tot 14,5 miljoen ton LNG per jaar.”

Volgens Joachim Coens is er, gezien de marktcontext voor LNG en aardgas, plaats is voor twee terminals aan de Noordzeekust. “De productie van LNG, bijvoorbeeld, stijgt in de periode 2015-2020 wereldwijd met 50% van 240 naar 360 miljoen ton/jaar en de verwachting is dat een gedeelte daarvan naar Europa komt”, aldus Coens. “De Europese aardgasproductie – met name de Britse productie en de productie uit het Nederlandse Groningenveld – neemt immers af en die dalende volumes moeten worden gecompenseerd met bijkomende invoer. Bovendien duwen we met de haven en de LNG-terminal aan de kar om LNG te promoten als schonere brandstof voor schepen. Die benadering doet de vraag naar LNG toenemen, net zoals de vraag naar LNG als brandstof voor zware vrachtwagens. We zullen binnenkort overigens ook een LNG-bunkerschip verwelkomen dat Zeebrugge als thuishaven zal hebben: een schip speciaal gebouwd om LNG te laden op de LNG-terminal en vervolgens andere schepen te bevoorraden die op LNG varen.”

Een ander element in de complementariteit tussen Duinkerke en Zeebrugge is dat de LNG-terminal in Duinkerke een versterking betekent van Zeebrugge als aardgasknooppunt voor de Noordwest-Europese markt. Naast LNG-invoerhaven is Zeebrugge immers ook een kruispunt van pijpleidingen, met een pijpleiding voor Noors gas en een pijpleiding die het Verenigd Koninkrijk verbindt met België, Nederland en Duitsland. Daar komt nu nog aanvoer bij vanuit Frankrijk. Fluxys en zijn Franse tegenhanger hebben immers een nieuwe pijpleiding aangelegd die de terminal in Duinkerke verbindt met de zone Zeebrugge.