Het voorbije weekend kondigde minister-president Geert Bourgeois -in aanwezigheid van een handvol West-Vlaamse topondernemers- aan dat West-Vlaanderen in 2018 een nieuwe vestiging krijgt van Flanders Make. Hij deed dat tijdens een bezoek aan het Izegemse toptechnologie bedrijf Televic. Met de komst van het O&O centrum, het derde in Vlaanderen naast Lommel en Leuven, is een investering gemoeid van 15 miljoen euro. Geert Bourgeois wilde nog niet kwijt waar het strategisch onderzoeks- en testlabo voor de maakindustrie zal gelegen zijn. Goed ingelichte bronnen melden dat het zeker is dat het lab naar Kortrijk komt en dat spijts de zware tegenkanting en lobbywerk uit Brugse hoek.

Hoe dan ook is de komst van een Flanders Make-filiaal naar West-Vlaanderen een goede zaak voor de bedrijven groot of klein. Flanders Make stelt zich tot doel de product- en procesinnovatie bij de Vlaamse maakbedrijven te versterken zodat ze beter gewapend zijn om de uitdagingen van morgen -Industrie 4.0 ofte een industrie gebaseerd op de digitale revolutie – vandaag al aan te kunnen. Geert Bourgeois zegt dat Vlaanderen op dat vlak nu al beduidend beter doet dan de rest van Europa. Flanders Make wil in de toekomst nog meer inzetten op technologisch onderzoek op gebied van productietechnologieën volledig in de lijn van Industrie 4.0. Haar focus past in de trend van de nood aan wendbare, slimme en geconnecteerde productiesystemen die in staat moeten zijn om klantspecifieke, kleine series te maken aan de kost van productie van grote series. Hier spelen sensoren en rekencapaciteit een belangrijke rol om productieprocessen te verbeteren en om de competitiviteit van de industrie te verhogen.

De werkgeversorganisatie Voka reageerde erg positief op de plannen die in 2018 gestalte moeten krijgen. “We zijn er sterk van overtuigd dat we op deze manier productie in Vlaanderen kunnen behouden, versterken en zelfs terugbrengen vanuit landen waar de productiekosten lager zijn”, aldus Bert Mons, algemeen directeur bij Voka West-Vlaanderen. “Het zwaartepunt van de Vlaamse machinebouw- en mechatronica-activiteiten ligt in West-Vlaanderen en net daarom vormt onze provincie een uniek eco-systeem en de perfecte uitvalsbasis voor een nieuwe Flanders Make vestiging. Deze beslissing maakt het mogelijk voor de meer dan 250 West-Vlaamse bedrijven (waaronder een 40-tal vooraanstaande technologieleiders en een brede waaier aan kmo’s) om in een open innovatieomgeving volop te gaan voor het ontwikkelen en implementeren van de nieuwste productie- en procestechnologieën.”