Marcq-en-Baroeul,

Tijdens de tiende editie van de Frans-Belgische Ateliers, mede gepatroneerd door KPMG, stond de familiale onderneming in de kijker. Opvallende vaststelling: de West-Vlaamse familiebedrijven doen het goed en worden gewaardeerd aan de andere kant van de grens.  

Ondernemers konden hun knowhow over het ondernemen aan beide kanten van de grens bespreken aan de hand van drie ateliers of workshops. De thema’s die aan bod kwamen waren: externe groei door overnames en de structurering van de financiering ervan, het structureren van een Frans-Belgische holding met bilaterale activiteiten en de overdracht van een familiale francobelge onderneming.

Eregast van de avond was André-Paul Leclercq, voorzitter van de commissie Economische Zaken van de Regionale Raad van Hauts-de-France. Hoewel de economische banden tussen Frankrijk en België in de Eurometropool een lange geschiedenis kennen, viel hem op dat de wisselwerking de afgelopen jaren is gewijzigd. Destijds waren het vooral Belgische werknemers die in Frankrijk gingen werken, vandaag is het grotendeels omgekeerd. Maar Belgische bedrijven zijn ook erg gegeerd als investeerders in de regio Nord. Toch gaf Leclercq toe dat de grenzen tussen beide landen – op politiek, administratief en juridisch vlak – er zeker nog zijn.

Na de keynote was het woord aan vier familiale ondernemingen uit beide landen. De meeste familiebedrijven bleken de financieel-economische crisis goed te hebben doorstaan. François Dutilleul van bouwbedrijf Rabot Dutilleul gaf aan dat er zeker een terugval was door de economische crisis in de bouwsector, maar dat dit nadien gevolgd werd door een heropleving. Dat veel klanten moeilijker aan financiering geraakten door de crisis was het grootste probleem voor Valcke Groep, aldus Henri Valcke, die sinds enkele jaren het bedrijf leidt. Maar dit leidde er ook toe dat Valcke Groep haar aanbod ging diversifiëren en naast uitrusting voor bowlingbanen, ook fitnesstoestellen ging aanbieden.

Familiebedrijven: een bijzondere band met het personeel en een langetermijnvisie

Wat maakt een familiebedrijf uniek? Volgens alle sprekers was dit in de eerste plaats toch de bijzondere band met de werknemers. Zoals Benedict Geers van Fibrocit het treffend verwoordde: “Werknemers maken of kraken het bedrijf”. Volgens Eric Delcroix van Soup’Idéale is, naast de speciale band met het personeel, ook de langetermijnvisie van de onderneming een bijzonder kenmerk van een familiebedrijf.

Ondanks deze enorme kwaliteiten, blijkt het als familiebedrijf toch niet zo evident te zijn om de grens over te steken. Zo heeft Fibrocit een dochteronderneming opgestart in Rijsel om beter toegang te verkrijgen tot de Franse markt, maar ook dan blijken er nog heel wat obstakels op administratief en juridisch vlak. Henri Valcke vond het ook weinig zinvol om Frankrijk als één markt te bekijken, en zag meer in een regionale aanpak, omdat elke regio in Frankrijk nu eenmaal een andere aanpak vereist.

Frankrijk is anders

Wat vooral naar boven kwam, en alle ondernemers beaamden dit, was dat naast economische, juridische en administratieve ‘obstakels’, ook de mentaliteitsverschillen een enorme rol spelen. Smaken verschillen, en dit mag best heel letterlijk opgevat worden, zo illustreerde Eric Delcroix van Soup‘Idéale. Want terwijl Belgen graag hun tomatensoep zacht en romig hebben, verkiezen Fransen eerder een diepere en zuurdere smaak”. Ook dat moet een ondernemer weten die zich op beide markten wil storten. Tot slot keken alle sprekers, zowel de Franse als de Belgische, reikhalzend uit naar wat de nieuwe Franse president Emmanuel Macron zal doen om het economische en sociale beleid in Frankrijk een nieuwe impuls te geven.