Kortrijk

De Kortrijkse projectontwikkelaar Futurn heeft op de zone De Briekhoek in Moorslede de eerste steen gelegd van een gloednieuw kmo-park dat de naam “Ten Briek” zal meekrijgen. De site creëert ruimte voor 17 bedrijven, goed voor zo’n 30-tal nieuwe arbeidsplaatsen. Het ontwerp van het nieuwe park is van de hand van architect Schepens. De bouwwerken starten in het voorjaar 2018.

In het voorjaar van 2017 lanceerde de intercommunale WVI een oproep tot kandidaat-ontwikkelaars om een perceel industriegrond op een duurzame manier in te vullen. Futurn tekende enthousiast in op deze wedstrijd en won overtuigend. De ontwikkeling van het nieuwe kmo-park Ten Briek is een mooi voorbeeld van de core business van Futurn, dat  bestemde industrieterreinen via maximaal ruimtegebruik wil invullen. Duurzaam ondernemen betekent immers ook efficiënter omgaan met schaarse ruimte. De site van 6.050 m² groot, gelegen langs de Briekhoekstraat, zal ruimte voorzien voor 2.930 m² kmo-gebouwen. Deze ontwikkeling zorgt ervoor dat 17 bedrijven uit de regio een nieuwe kwalitatieve thuis vinden voor de verdere uitoefening of uitbreiding van hun activiteiten.

Uit een studie van Rebel dat peilt naar de ruimtevraag van bedrijventerreinen blijkt dat de vraag naar bedrijfsruimte in West-Vlaanderen zal blijven stijgen, van 6.715 hectare in 2016 naar 7.096 hectare in 2027. Daarnaast blijft ook de vraag naar kleinere kaveltypes (100 – 500 m²) toenemen. Met de komst van Ten Briek komt het bedrijvenpark aan deze vraag tegemoet en houdt het de instapdrempel zo laag mogelijk met haar aanbod van KMO-units vanaf 120 m².

Gunther Biddelo, Futurn, ziet het zo: “We zijn ook zeer opgezet met de samenwerking met de gemeente Moorslede die ons bijna in een recordtijd onze stedenbouwkundige bestemming afleverde. Ook op commercieel vlak zijn we goed op weg om records te breken aangezien nog voor de start van de werken al 15 van de 17 units verkocht zijn. Een bewijs van de ondernemingszin in Moorslede én het vertrouwen in Futurn als betrouwbare projectontwikkelaar.”

foto: Valerie Clarysse