Eind 2015 was 36,57 procent van de West-Vlaamse zelfstandigen een vrouw.  Nooit waren er procentueel gezien een groter aantal ondernemende vrouwen actief in West-Vlaanderen. Dat blijkt uit cijfers die UNIZO West-Vlaanderen opvroeg bij het rijksinstituut voor sociale verzekering van zelfstandigen (RSVZ). Opmerkelijk is evenwel dat niet meer vrouwen ervoor kiezen hun zelfstandige activiteit in hoofdberoep uit te oefenen. Hiermee volgt de provincie de Vlaamse tendens. Het aantal voltijds zelfstandige vrouwen stagneert nu al voor het tiende jaar op rij.
Van de West-Vlaamse zelfstandigen in hoofdberoep was eind 2015 38,26 procent een vrouw. Na een forse stijging in 2003 blijft het aandeel rond de 38 à 39 procent  schommelen. “Opvallend, want het sociaal statuut van de zelfstandige is de voorbije jaren stelselmatig verbeterd”, aldus Frederik Serruys, directeur UNIZO West-Vlaanderen. “De pensioenen zijn gelijkgetrokken, net als de kinderbijslag, en de moederschapsrust is uitgebreid. Maar blijkbaar is dat niet voldoende voor jonge vrouwen, of toch niet genoeg doorgesijpeld, om de keuze te maken voor een zelfstandige activiteit in hoofdberoep. Vrouwen nemen blijkbaar toch nog altijd minder snel het risico om een zaak te starten dan mannen. Wellicht omdat ze bij die beslissing rekening houden met factoren als stabiliteit en inkomenszekerheid voor het gezin. Mannen zijn wat dat betreft blijkbaar meer geneigd om te springen en nadien wel te zien wat de gevolgen zijn”, aldus Serruys.