ZEEBRUGGE – De haven van Zeebrugge, die erg afhankelijk is van tal van activiteiten richting Groot-Brittannië, wil de brexit aangrijpen om een nieuw digitaal platform te lanceren, in samenwerking met de Britse douanediensten. Bedoeling is om de formaliteiten sneller te laten verlopen, en dat in het belang van de bedrijven. Op 29 maart 2019 verlaat Groot-Brittannië de Europese Unie. Nadien is een overgangsregeling voorzien tot december 2020.

De onzekerheid over de brexit -harde of zachte landing- alsook het politieke dralen zet de ondernemerswereld aan tot actie. Als de brexit in zijn worst case wordt geserveerd, dreigen er aan de grenzen opnieuw ellenlange files te ontstaan, precies zoals in de periode van voor het een- en vrij gemaakte Europa. Middels goede afspraken tussen de Britse en de Belgische douane, moet het mogelijk zijn die opstoppingen aan de grens te vermijden, redeneert Joachim Coens namens de haven van Zeebrugge. De voorbije dagen lichtte hij een stip van de sluier in de media. De achterliggende gedachte luidt: van een bedreiging een opportuniteit maken. Een nieuw digitaal platform tussen de diverse douanediensten zou een oplossing kunnen zijn. Coens is naar eigen zeggen de overtuiging toegedaan dat Zeebrugge meer troeven heeft dan Calais, omdat er aan onze kust meer magazijnen zijn die goederen kunnen opslaan.

Maatregelen nodig

De voorbije dagen mengde de onvermijdelijke Kris Peeters, minister van Economie zich nog eens in het debat rond de brexit, met alweer een ballonnetje. Kris Peeters zegt dat hij zijn administratie de opdracht heeft gegeven om bedrijven voor te bereiden op de brexit. Kris Peeters: “We hopen uiteraard nog steeds dat de EU en het Verenigd Koninkrijk een akkoord bereiken over hun verdere samenwerking. Er zijn een aantal positieve signalen in die richting. Toch moeten we als overheid en als bedrijven voorbereid zijn op een no-deal. De gevolgen daarvan kunnen namelijk erg groot zijn, en niet alleen voor bedrijven die met het VK handel drijven. Ook bedrijven die met andere lanen handel drijven kunnen geconfronteerd worden met hogere tarieven, als hun producten Britse componenten bevatten. Kleinere bedrijven zijn zich daar niet altijd van bewust. Daarom heb ik mijn administratie de opdracht gegeven om hen te sensibiliseren en te begeleiden. De bedoeling is niet paniek zaaien, maar bedrijven de kans geven om tijdig de nodige maatregelen te nemen.”