Deze zomer nog werd een punt gezet achter de studie naar de knelpunten op het traject van een trambus tussen het centrum van Kortrijk en Hoog Kortrijk. Hierna kan de maatschappelijke kosten-baten analyse van start gaan. Dat leert Vlaams volksvertegenwoordiger Bert Maertens (N-VA) uit het antwoord op zijn parlementaire vraag aan minister van Mobiliteit en Openbare Werken Ben Weyts (N-VA).

Van 9 tot 23 oktober 2015 liep in Kortrijk een proefproject dat het gebruik van de trambus in de stedelijke omgeving van Kortrijk uitprobeerde. Deze test werd door De Lijn West-Vlaanderen algemeen positief geëvalueerd. “Wel merkte De Lijn op dat de weginfrastructuur vandaag geenszins voorzien is op de komst van zo’n trambus”, aldus Bert Maertens. “De test was ook niet voldoende om een gefundeerde beslissing te kunnen nemen over het al dan niet invoeren van trambussen in Kortrijk.”

Een volgende stap is het opmaken van een doorstromingsstudie. “Deze studie moet alle doorstromingsknelpunten op het traject in kaart brengen, net als hun aandeel in het geheel van rijtijdverliezen”, aldus Maertens. “Simulaties moeten dan uitmaken op welke manier een knelpunt best kan worden aangepakt en wat de rijtijdwinst is. De studie ging in oktober vorig jaar van start en eindigde deze zomer. Op 13 juni ging de laatste vergadering door van de stuurgroep. Op basis van de opmerkingen die toen werden gegeven, werkt het studiebureau MINT de rapportage af, waarna minister Weyts hiervan kennis neemt en het vervolgtraject kan starten.”

De nakende doorstromingsstudie dient als uitgangspunt voor de opmaak van de uiteindelijke maatschappelijke kosten-baten analyse (MKBA). Deze MKBA zal verschillende vervoersmiddelen tegen elkaar afwegen, waaronder de trambus.