In Wevelgem vond de kick-off meeting plaats voor mini-ondernemingen in het zuiden van West-Vlaanderen. Ondernemerschap kan nergens beter gestimuleerd worden dan in de scholen, vanuit het principe ‘jong geleerd is oud gedaan’.   

De actie ‘mini ondernemingen’, mede gepatroneerd door Vlajo, heeft inmiddels zijn kracht al ruimschoots bewezen. Vlaanderen bulkt van jong ondernemend talent, maar dat kan nooit genoeg worden gestimuleerd. Met de ‘mini-ondernemingen’ leren jongeren hoe een bedrijfje te runnen. Op de schoolbanken herken je jongeren die initiatiefrijk en creatief zijn, die buiten de lijntjes durven kleuren, die kansen zien én grijpen. Alleen komen die jonge entre-én intrapreneurs vaak niet vanzelf bovendrijven. Hun ondernemingszin moet gestimuleerd worden. Vlajo biedt daarom praktijkgerichte programma’s aan – van in de kleuterklas tot aan de universiteit – om ondernemingszin en ondernemerschap bij jongeren aan te wakkeren. Vlajo staat voor samenwerking en treedt op als bruggenbouwer tussen onderwijs, bedrijfsleven en overheid. De doelstelling is om deze met elkaar in contact te brengen en kennisuitwisseling tussen onderwijs en de bedrijfswereld te stimuleren. Dat gebeurt via het 4D pedagogisch plan, wat staat voor Dromen, Doen, Durven, Doorzetten, een leerlijn gebaseerd op de 4 pijlers van ondernemerschap.

Een kwestie van doen

Belangrijke ondernemende competenties worden via pedagogische programma’s en de bewezen ‘learning-by-doing’ methodiek stap voor stap aangereikt. Zoals creativiteit, probleemoplossend denken, resultaatgerichtheid,…. “Het is onze overtuiging dat de kiem voor ondernemend denken en doen gelegd wordt in het onderwijs”, aldus Vlajo. “Daar waar jonge mensen aanmoedigingen en steun verdienen terwijl ze hun talenten ontdekken, ideeën uittestten en vaardigheden ontwikkelen.” Leerlingen van de derde graad secundair onderwijs bedenken hun eigen concept/ product/ dienst en beheren hun Vlajo mini-onderneming volgens de regels van de kunst: van brainstormen naar missie en doelen, marktonderzoek doen en het productaanbod bepalen, startkapitaal verzamelen, hun eigen businessplan uitschrijven, verkoopmomenten organiseren, aandeelhoudersvergaderingen organiseren. Kortom een totaalconcept. De nadruk ligt daarbij vooral op het doen.