KORTRIJK – De federale regering keurde het ontwerp Marien Ruimtelijk Plan (MRP) van staatssecretaris Philippe De Backer goed. Dat plan voorziet in 220km² ruimte voor offshore windmolens op de Noordzee. Voka West-Vlaanderen en de Belgian Offshore Cluster (BOC) zijn tevreden dat er extra ruimte wordt voorzien, maar Voka West-Vlaanderen en BOC dringen aan op een nog ambitieuzer plan voor windmolenparken op zee. Enkel op die manier kunnen de vooropgestelde doelstellingen van het Energiepact tegen de meest economische en maatschappelijk aanvaardbare kosten worden verwezenlijkt.

Het nieuwe windmolenpark op zee zou ter hoogte van De Panne en Koksijde komen te liggen. Het huidige MRP loopt af in 2020 en moet vervangen worden door een nieuw plan voor de periode 2020-2026. Daarin krijgen alle Noordzee-activiteiten (windmolenparken, visserij, aquacultuur, zandontginning, scheepvaartroutes, …) een duidelijke locatie toegewezen.  Enkel op die manier kunnen de vooropgestelde doelstellingen van het Energiepact tegen de meest economische en maatschappelijk aanvaardbare kosten worden verwezenlijkt.

Windenergie heeft een belangrijkste potentieel op zee. Het is er rendabeler (meer en sterkere wind) en technologische ontwikkelingen hebben de kost aanzienlijk doen dalen. De verwachting is dat die trend zich doorzet en dat windenergie op zee een van de belangrijkste bronnen wordt om de klimaatverandering tegen te gaan. Het aandeel windenergie in de Belgische elektriciteitsmix is bovendien te klein: slechts 6%. België kan hierbij een voorbeeld nemen aan Nederland. Onze noorderburen kiezen voluit voor windenergie op zee en willen tegen 2030 een totaal vermogen van 20 GW realiseren. Tegen 2050 wil Nederland zelfs een productiecapaciteit van 60 GW winnen.  Met het voorliggende MRP zal België tegen 2030 amper 4 GW windenergie produceren op de Noordzee.

Energiepact

In het voorliggende plan wordt 220 km² bijkomende ruimte voor nieuwe windparken vastgelegd, opgesplitst in een drietal zones: een zone langs de grens met Frankrijk en twee zones middenin het Belgische deel van de Noordzee, dicht tegen het stopcontact van Elia. Voka West-Vlaanderen en BOC zijn tevreden dat er op windenergie op de Noordzee wordt ingezet, maar vinden dat het plan ambitieuzer mocht zijn. “Om die beoogde capaciteit van 4 GW te bereiken, zullen de windmolens dicht bij elkaar moeten worden geplaatst”, merkt Bert Mons, algemeen directeur Voka West-Vlaanderen, op.  “Dit is zeer nadelig voor de ontwikkelings- en exploitatiekosten en laat het nu net die kosten zijn die de overheid wil terugdringen.”

“Een lagere parkdensiteit heeft het belangrijke voordeel van een hogere energieopbrengst en dus lagere kost per MWh,” verduidelijkt Christophe Dhaene, voorzitter van BOC. “Het levert ook een hogere windopbrengst per geïnstalleerde MW en is ook voordelig door minder snelle slijtage van de installaties, waardoor de windmolenparken langer en efficiënter kunnen produceren. Een derde voordeel van lage parkdensiteit is dat meervoudig ruimtegebruik overwogen kan worden in de nieuw te ontwikkelen windzones, inclusief natuurbehoud en natuurherstel.”