Opleiding volgen op 53 jaar? Na 34 jaar als kok werd Filip Legiest expeditiebediende via VDAB

Filip Legiest uit Brugge

Filip Legiest uit Brugge

Deze week is de Europese week van beroepsvaardigheden. VDAB zet al sinds jaar en dag in op het ontwikkelen van die vaardigheden bij werkzoekenden. Ook oudere werkzoekenden krijgen bij ons kansen. Zo staat op vdab.be een verhaal centraal van een West-Vlaamse kok die op latere leeftijd besliste het roer om te gooien en zich om te scholen tot expeditiebediende.

Na een loopbaan van 34 jaar als kok sukkelde Filip Legiest uit Brugge met zijn knie. De dokter verbood hem om nog lang recht te staan. Filip bleef niet bij de pakken zitten: “Ik was 53 toen ik het verdict te horen kreeg. Aangezien we tot 67 moeten werken, besefte ik dat het nu of nooit was: als kok kon ik niet verder werken, dus was het tijd voor iets anders. Ik bezocht verschillende opleidingsinstanties en scholen, en telkens kwam ik ongeveer op hetzelfde uit: ik wou in de expeditie aan de slag.” Ook al in de keuken had Filip interesse in de logistiek: “Als kok sprak ik leveranciers aan en vroeg ik hen naar de weg die bepaalde producten aflegden voor ze bij mij in de keuken terechtkwamen. Hoe komt een uitheemse vissoort of groente zo vers bij ons? Dat boeide me zeer. Uiteindelijk ben ik na mijn vergelijkend onderzoek bij VDAB terechtgekomen in de opleiding ‘assistent import en export’. Al tijdens het infomoment en de kennismakingsgesprekken had ik een klik met de mensen van VDAB, en ook zij geloofden dat ik – ook op mijn leeftijd – in deze opleiding zou kunnen slagen. De opleiding was theoretisch, maar er waren ook vijf weken stage aan gekoppeld. Alles wat we leerden bij VDAB, konden we dus op de werkvloer toetsen en verder inoefenen. Sowieso leer je een job pas echt aan door het werk effectief te doen: alleen zo leer je de kneepjes van het vak. Ik was ook absoluut niet computervaardig toen ik met de opleiding startte. We leerden met de juiste programma’s werken, maar ook de snelheid van werken komt beetje bij beetje, door te oefenen.”

Filip kon bij verschillende bedrijven op gesprek om een stage te doorlopen. “Na enkele gesprekken kreeg ik de kans om bij transportfirma Wim Bosman in Oostende stage te doen. Na mijn stage was mijn werkgever wel positief, maar hij vond toch dat ik nog wat tempo miste in mijn werk. Ik kon hem ervan overtuigen om me toch nog een kans te geven om beter te worden: ik kreeg een interim-contract van zes maanden…” Dat interim-contract verliep positief, want we treffen Filip nog altijd bij Wim Bosman: “Ik heb mijn interim zelfs niet uit moeten doen. Na een maand of vier bood mijn chef me een vast contract aan. Ik denk dat hij ook beseft zal hebben dat ik met mijn 54 jaar intussen, nog dertien jaar bij Wim Bosman zal blijven. Van de jongere generatie kan je dat niet garanderen. Ik wil het mezelf in elk geval niet nodeloos moeilijk maken door op mijn leeftijd nog eens op zoek te gaan naar ander werk. Ik zit hier goed, heb een vette kluif aan mijn job, en ik leer nog elke dag bij. Momenteel werk ik in de vroege ploeg: dat betekent elke dag van vijf uur ‘s morgens tot half drie in de namiddag. Dat zijn al betere uren dan in de horeca, maar dat vroege stramien is niet echt ideaal voor mijn gezin: mijn vrouw werkt nog steeds in de horeca, onze weekenddagen vallen ook niet samen. Ik hoop ooit nog in een dagrooster te mogen werken”, besluit Filip. (ML/KC)