Spoorbeleid in West-Vlaanderen is voor verbetering vatbaar

roeselare_trein_station_nmbs_-11Zes politieke partijen (CD&V, N-VA, Open VLD, sp.a, Vlaams Belang en Groen), vertegenwoordigd vanuit West-Vlaanderen in het parlement, scharen zich in een opmerkelijke actie achter de noodkreet van de werkgroep Spoorslag. In een gemeenschappelijk front klagen de partijen de nefaste ontmanteling van het
spoornet aan in West-Vlaanderen. Nu reeds is het goederenvervoer quasi volledig opgedroogd en is de dienstuurregeling voor reizigers een ramp. Terwijl de autowegen dichtslibben en files naar Brussel en Frankrijk dagelijkse kost zijn, is Infrabel al maanden bezig met de onherstelbare ontmanteling van het spoornetwerk
in West-Vlaanderen, zeggen de politici. Alle politieke partijen eisen dat er hier onmiddellijk een eind aan komt.
Het West-Vlaamse hinterland is -als uithoek op het Belgische spoornet- sowieso al karig bedeeld als het op spoorverbindingen aankomt. Terwijl andere provincies over een performant netwerk beschikken, zijn er hier -éénmaal Kortrijk en Brugge voorbij- enkel nog de doodlopende lijnen 66 (Brugge – Kortrijk), 69 (Kortrijk –Poperinge) en 73 (Lichtervelde – De Panne). Verbindingen met Frankrijk of Groot-Brittannië maken een omweg via Henegouwen.
West-Vlamingen die de trein willen gebruiken wachten vaak al een aanzienlijke verplaatsing naar één van de stations op de vernoemde lijnen. In die weinige aansluitingspunten laat de dienstverlening vaak te wensen over. “Dat hoeft ook niet te verwonderen”, is te horen bij vzw werkgroep Spoorslag en de zes politieke partijen. “Al maanden is Infrabel bezig met het uitbreken van uitwijksporen en wissels. Een operatie die hen op korte termijn een erg beperkte besparing oplevert, ondermijnt alle mogelijkheden voor spoorwegoperatoren om een concurrentiële dienstverlening op lange termijn aan te bieden. De toekomst van een mobiel West-Vlaanderen wordt op die manier op onherstelbare wijze gehypothekeerd. Zo zijn er amper nog mogelijkheden voor treinen om elkaar te kruisen.”

Dat de ingrepen van Infrabel verstrekkende gevolgen hebben, blijkt uit tal van voorbeelden. In een recent verleden werd een multimodaal overslagplatform gerealiseerd in de haven van Zeebrugge. De West-Vlaamse economie kan hier nog te weinig beroep op doen, gezien er nog te weinig goederenvervoer is op het net van West-Vlaamse bedrijven. Daarentegen sporen internationale goederentreinen vanuit Spanje, Duitsland, Polen, Italië, Spanje, Griekenland en Roemenië wél naar Zeebrugge. Ander voorbeeld: ook de capaciteit op de lijn 69 werd de afgelopen maanden sterk ingeperkt. In Poperinge werd de goederenkoer uitgebroken, in Ieper moesten perrons 3 en 4 verdwijnen en in Menen is het derde spoor niet langer geëlektrificeerd. Veel treinen kan de Westhoek niet meer ontvangen, gezien het enkel spoor vanaf Komen. De inwoners van Ieper, Poperinge en omliggende zullen ook de volgende jaren een paar uur zoet zijn om van en naar Gent en Brussel te sporen in meestal gebrekkig en ouderwets rollend materieel.
Resultaat van dit en andere voorbeelden? Een beperkte en verder afkalvende dienstverlening, lange reistijden en treinen met veel vertraging. De West-Vlaming is hiervan de dupe terwijl ook hij belastingen betaalt voor een performant openbaar vervoer. De maat is dan ook vol voor de West-Vlaamse mandatarissen en vzw werkgroep Spoorslag. Ze roepen de bevoegde Minister voor Mobiliteit François Bellot op om Infrabel een halt toe te roepen om West-Vlaamse sporen uit te breken. In een volgende fase willen de partijen er bij de regering op aandringen om werk te maken van een herwaardering van het regionale spoorwegennet. West-Vlaanderen wil niet langer op een dood spoor zitten. (KC)