De Vlaamse regering steunt de vraag van de stad Ieper om erkend te worden als ‘toeristisch centrum’. Dat betekent concreet dat zondagsopeningen mogelijk worden. Dit geeft handelaars en uitbaters de ruimte om in te spelen op de komst van nog meer toeristen.

Om in aanmerking te komen als toeristisch centrum moet worden voldaan aan bepaalde voorwaarden: het toeristisch onthaal bijvoorbeeld moet worden verzekerd door een bevoegde overheid. Toerisme is van essentieel belang voor de lokale economie en er is een toevloed van toeristen door het bestaan van toeristische attracties. Uit de analyse van Toerisme Vlaanderen, onder de bevoegdheid van minister Ben Weyts, blijkt dat de stad daar ruimschoots aan voldoet: de Ieperse toeristische dienst verzorgt het onthaal in het bezoekerscentrum voor Ieper en de Westhoek, erkend door Toerisme Vlaanderen. Ieper is bovendien gekend om zijn WO I monumenten en musea, waaronder de Menenpoort met de Last Post, het Flanders Fields Museum, de Belforttoren enzovoort. Ook het park Bellewaerde, met meer dan 700.000 bezoekers op jaarbasis, is een waardevolle toeristische attractie. Bovendien is Ieper toeristisch aantrekkelijk voor zowel de binnenlandse als buitenlandse verblijfstoerist: in 2016 kwamen er 158.136 toeristen aan in Ieper, goed voor zo’n 305.056 overnachtingen.

“Ieper verdient deze erkenning,” aldus minister-president Geert Bourgeois. “De voorbije jaren is al veel geïnvesteerd in toeristisch-recreatieve infrastructuur, zoals het In Flanders Fields Museum, het Merghelynckmuseum en het vernieuwde stadsmuseum. In de toekomst wil het stadsbestuur vooral inzetten op de bereikbaarheid en leefbaarheid van de stad.”

Na het positieve advies van de Vlaamse regering moet de erkenning nu enkel nog bekrachtigd worden door federaal minister van Werk en Middenstand Kris Peeters.