De Ieperse Jenny Vanlerberghe komt deze week terug van haar zoveelste missie in Afghanistan. Sinds 2001 probeert ze op een onnavolgbare manier, en vol risico voor eigen lijf en leden, de vrouwen in het land te empoweren, voorwaar geen gemakkelijke taak in een land waar de verdrukking zo groot is. Enkele jaren terug werd ze voor haar werk onderscheiden via de titel van barones. Vanlerberghe is actief binnen de internationale organisatie Moeders voor Vrede. Mothers for Peace is een a-politieke, internationale organisatie die opgericht is tijdens de oorlog in het voormalige Joegoslavië en die zich inzet voor vrouwenrechten en tegen geweld tegen vrouwen wereldwijd. Vanlerberghe zegt sterk te geloven in het ondernemerschap als opstap naar “bevrijding” en een ander leven. “Met Moeders voor Vrede ontmoeten we in Afghanistan dagelijks vrouwen die strijden voor meer kansen in hun land. Politici zoals dokter Habiba Sarabi en activistes zoals Humira Saqib gaan voorop in het gevecht voor meer gelijkheid. Met Moeders voor Vrede kunnen we niet achter blijven. Ter plaatse hebben we een coördinator (Razia) die op de barricades staat voor de uitvoering van vrouwenrechten.”

Jennie Vanlerberghe heeft altijd gezworen bij concrete actie op het terrein. “Terwijl op politiek en maatschappelijk niveau druk gelobbyd wordt, willen we met onze projecten ook effectief iets veranderen in het leven van Afghaanse meisjes en vrouwen”, zegt ze. “Die verandering willen we bereiken door volop in te zetten op onderwijs. Geletterdheid is een onmisbaar werktuig voor de Afghaanse maatschappij en heeft een grote impact op de individuele levens van vrouwen. Ontneem je mensen hun lees- en schrijfvaardigheid, dan beperk je ook hun recht op informatie en ontneem je hen de kans om een opinie te vormen. Daarom bieden we ook taalcursussen Engels aan. In die lessen schoppen we de deur naar de wereld echt open. Jonge meisje, slagen er op die manier hun horizonten te verbreden. Buitenlandse politiek, mensenrechten, humanitaire rampen, het wereldnieuws komt als een sneltrein hun richting uit. En de ambitie is groot. Eén voor één willen ze in de toekomst iets betekenen voor hun land.”

Volgens Vanlerberghe kan dat ook best via het aanmoedigen van een vorm van zelfstandig ondernemerschap, hoe primitief dat ook moge zijn in een land als Afghanistan. “We laten vrouwen met capaciteiten niet in de kou staan”, aldus Vanlerberghe. “Vrouwen kunnen bij Moeders voor Vrede terecht om bij ons te leren borduren. En dat lukt aardig. Zo aardig zelfs dat de vrouwen achteraf een centje bij kunnen verdienen door klaprozen op gastendoekjes te borduren. Die worden onder andere in het In Flanders Fields Museum in Ieper verkocht. Veel van de vrouwen blijven ook thuis niet bij de pakken zitten. Ze starten een eigen naaibedrijfje op en gaan aan de slag. Op die manier dragen ook zij hun steentje bij aan een zich nog steeds herstellende economie. Het moge duidelijk zijn dat Afghanistan de eindmeet nog niet bereikt heeft. Toch zijn we trots op elke vrouw die ook maar een fractie van haar dromen kan waarmaken. Of het nu gaat om alfabetisering, Engels of handwerk. Na een passage bij Moeders voor Vrede weet elke vrouw dat hard werken beloond wordt. Bovendien brengen onze bezoekjes aan het land telkens opnieuw duidelijk dat we ook in de toekomst veel kunnen betekenen voor de vrouwen van het land.”

Voor meer info en steun aan dit project: www.mothersforpeace.be