VEURNE – In deze periode van het opmaken van programma’s en memoranda voor de volgende legislatuur, bereidt regio Westhoek een nieuwe Streekvisie voor. De boodschap die de burgemeesters van Diksmuide, Ieper, Poperinge, Veurne en de sociale partners nu al willen meegeven luidt als volgt: “De Westhoek is vitaal en blijft groeien!” Diverse analyses bevestigen de kwaliteiten van de regio.

Om deze troeven te behouden en te versterken, nemen wij – waar mogelijk – zelf plaats achter het stuur, zo zeggen de burgemeesters en de sociale partners. Zo wordt er op diverse niveaus gewerkt aan het Westhoekimago en de dienstverlening voor de inwoners. Daarnaast worden de hogere overheden uitgenodigd om mee te stappen in het groeiverhaal van de Westhoek: “Erken de dynamiek van de Westhoek en bied de nodige beweegruimte en steun om verder te ontwikkelen als unieke regio waar innovatie en authenticiteit hand in hand gaan”, heet het. “De opgedane ervaring binnen het mobiliteitstraject ‘pilootregio basisbereikbaarheid’ illustreert hoe het wél kan. Vandaar een pleidooi voor een Vlaamse overheid die regionale noden erkent en vertrouwen en middelen geeft om in partnerschap tot werkbare oplossingen te komen.

Absolute groei

De actoren van de Westhoek stellen vast dat er de voorbije jaren vooruitgang werd geboekt op diverse domeinen zoals bevolking, economie en werkgelegenheid. Een reeks economische indicatoren wijzen ook in die richting: een positief migratiesaldo, meer jobs, stijgende ondernemersgraad, meer toegevoegde waarde per werknemer en ook stijgend inkomen per inwoner. De in 2016 door RESOC opgestarte campagnes (Werken aan een beter imago en Werken een betere dienstverlening) werpen hun vruchten af.

Naar de toekomst toe willen de vier kleinstedelijke gebieden (Ieper, Veurne, Diksmuide en Poperinge) onder de noemer ‘stedelijke motor’ de trekkersrol opnemen voor de regio en alle ambities gezamenlijk waarmaken. Dit vergt op Vlaams niveau extra financiering voor intergemeentelijke samenwerking. Uit recent wetenschappelijk werk van de UGent blijkt dat de vier steden verhoudingsgewijs veel minder projectsubsidies per inwoner ontvangen dan gemiddeld genomen in Vlaanderen. Hoog tijd dus om dit te veranderen.