BRUGGE – Het langdurig ziekteverzuim steeg gemiddeld met 20 % in 4 jaar. Dat stelt hr-dienstverlener ACERTA vast na een analyse van de gegevens van werknemers in dienst bij meer dan 40.000 werkgevers de voorbije 4 jaar. Wat ACERTA ook vaststelt, is dat West-Vlaanderen over de hele lijn beter scoort dan het Vlaamse gemiddelde. Toch blijft ook hier 2,32 % van de werkbare uren door langdurig ziekteverzuim niet gepresteerd. Lang, middellang en kortstondig ziekteverzuim, het vreet aan de capaciteit van bedrijven.

Het hoogste percentage niet-gepresteerde werkbare uren komt van medewerkers die langer dan een jaar ziek zijn en dat percentage is de voorbije vier jaar blijven stijgen, ook in West-Vlaanderen. Onlogisch is dat niet: iemand die langer dan een jaar ziek is en ziek blijft, blijft in de statistieken jaar na jaar meetellen. Dat maakt de realiteit er niet minder problematisch op. Thijs Deklerck, kantoordirecteur voor Acerta in Roeselare, duidt de cijfers: In 2017 kwam West-Vlaanderen aan een percentage ziekteverzuim van meer dan 1 jaar van 2,32 %. Een stijging met 21,81 % in 4 jaar tijd. In de categorie arbeiders werd in 2017 3,67 % van de uren niet gepresteerd wegens ziekte langer dan 1 jaar. Met de reglementering inzake re-integratie, in voege sinds 1 december 2016, zullen er hopelijk stilaan minder gevallen van langdurige ziekte bijkomen. Dit kan het begin zijn van een ommekeer. Maar gaan we de langdurig zieken die er al zijn laten zitten, terwijl we met een arbeidskrapte kampen? Dat talent zit daar nog. Voor de maatschappij is het belangrijk dat we een belangrijk deel van deze langdurig zieken kunnen reactiveren op de arbeidsmarkt. Daar zitten vast mensen bij die op een nieuwe, haalbare kans zouden ingaan als ze hiertoe aangemoedigd worden.”

Minst kortstondig ziekteverzuim bij 55-plussers

Het kortstondig ziekteverzuim (korter dan 1 maand) is de voorbije 4 jaar in West-Vlaanderen met 5,28 % gestegen, van 2,02 % van alle werkbare uren naar 2,12 %, berekende ACERTA. De stijging is iets hoger dan het nationale gemiddelde van +5,11 %, maar in procenten scoort West-Vlaanderen wel beter. Vertaald in arbeidsdagen betekent dit toch nog altijd dat gemiddelde elke voltijdse werknemer bijna 6 dagen per jaar kortstondig ziek is. 

Verrassend zijn de cijfers van ziekteverzuim in functie van de leeftijd van de werknemer: bij de werknemers tussen 30 en 35 jaar piekt het korte ziekteverzuim het hoogste. Hun percentage ziekte-uren komt zelfs 11,14 % hoger uit dan dat van 55-plussers, die het met 2,06 % beter doen dan gelijk welke collega vanaf 25 jaar. Zegt Thijs Deklerck: Elke ziekteperiode begint met 1 dag, ook de langere. Het is dus heel belangrijk voor werkgevers én leidinggevenden om bij elke ziektemelding alert te zijn. Want als er iemand uitvalt, komt er meteen extra druk op het team en op de prestaties. En de financiële kost van kortstondig ziekteverzuim is voor de werkgever.”

Middellang ziekteverzuim laagst

Ziekteverzuim van langer dan een maand maar korter dan een jaar – middellang ziekteverzuim – is er in West-Vlaanderen de oorzaak van dat 1,61 % van de werkbare uren niet wordt gepresteerd. Dat is het laagste percentage van alle drie de ziekteperiodes die we onderscheiden (kort, middellang en lang), en ook hier weer het laagste van Vlaanderen. Anders dan bij het kortstondige stijgt het middellange verzuim wel met de leeftijd, tot de leeftijd van 55 jaar. “Sinds de overheid het re-integratietraject officialiseerde eind 2016, is er algemeen meer aandacht voor de impact van ziekteverzuim”, aldus Thijs Deklerck nog. “En niet alleen voor de beoogde re-integratie, ook voor preventie. Bedrijven beginnen werk te maken van een aanwezigheidsbeleid. En ja, ze doen dat ook omdat ze wel moeten. Die druk komt zeker niet alleen van de overheid, ook de krapte op de arbeidsmarkt verbiedt werkgevers te ‘morsen’ met talent. Een meerwaarde-medewerker, daar wil de werkgever wel wat moeite voor doen om die (aan het werk) te houden.”